Zeer speciale subsidie windpark NOpolder

| 26 november 2009

Het geplande windpark op het land en in het water van Siemens, Enercon, Essent en vijftig boeren langs de dijken van de Noordoostpolder wordt bij realisatie in 2013 met zo’n 450 MW het op 2-3 na grootste van Europa * (volgens ondergetekende), is erg innovatief (volgens de minister) en wordt gebouwd met peperdure molens (volgens het 17-11 door de minister aangekondigde speciale subsidietarief). Zo duur dat het project, ondanks het zeer hoge windaanbod op de locatie, met de huidige SDE subsidieregeling 2009 (welke voor windrijke locaties zoals deze al uiterst lucratief is) niet rendabel te exploiteren zou zijn.


Na overleg met de initiatiefnemers en een advies van ECN / KEMA (i.v.m. bedrijfsvertrouwelijke gegevens niet openbaar) heeft minister van der Hoeven van Economische Zaken daarom besloten twee aparte categorieën SDE in te stellen waarmee nog dit jaar op grond van de SDE-2009 een hoger subsidieniveau kan worden toegezegd. Voor de 15 jaar komt een totale exploitatiesubsidie van maximaal 880 miljoen Euro beschikbaar. Er wordt bovendien een “innovatiesubsidie” van ruim 100 miljoen Euro beschikbaar gesteld. Voor de landmolens van totaal 285 MW geldt een basisbedrag van 9,6 cent per kWh (basisbedrag = kostprijs = waarde grijze stroom plus subsidie) gebaseerd op een productie welke overeenkomt met 3.095 “vollasturen”. Voor de near-shore molens in het water van totaal 144 MW wordt het basisbedrag 12,1 cent per kWh bij 3.118 “vollasturen”. Volgens het rekenmodel van ECN/Kema voor de berekening van de basisbedragen betekent dit dat gerekend wordt met projectkosten van 2.000 Euro/kW voor de “landmolens” en 2.700 Euro/kW voor de “watermolens”. Peperduur dus, want voor de SDE-2009 werd nog gerekend met projectkosten van 1.325 Euro/kW en een productie welke overeenkomt met 2.200 “vollasturen”. Voor 2010 is het basisbedrag 9,6 Eurocent bij projectkosten van 1.350 Euro/kW en 2.200 “vollasturen”. (Een “vollastuur” (zie meer uitleg bij basics) is een maat voor de stroomproductie en is gelijk aan het geïnstalleerde vermogen in kW. Dus een jaarproductie van 2.200 vollasturen komt bij een turbine van 3.000 kW (3 MegaWatt) overeen met een jaarproductie van 6,6 miljoen kWh) Voor de landmolens gaat het om de E 126 van de Duitse fabrikant Enercon. De ontwikkeling begon als een turbine van 112 meter rotordiameter en 4,5 MW maar deze is nu doorontwikkeld naar 127 meter rotordiameter en 6 MW op een standaard ashoogte van 135 meter. Daar staan er nu zes van in Duitsland. Maar het vermogen wordt nog verder opgevoerd. In het Belgische Estinnes wordt nu gebouwd aan een park met 11 stuks van deze turbines. De eerste vijf draaien al en meten 6 MW maar de overige zes worden opgevoerd naar 7 – 7, 5 MW. De fabrikant geeft nog geen openbare informatie, de turbine is officieel nog niet in de verkoop. Het Belgische project kost rond de 125 miljoen Euro, dus ruim 11 miljoen per turbine. De Europese Unie steunt het project (m.n. de techniek naar groter vermogen, netinpassing, aanleg infrastructuur, transportoplossingen) met 3,3 miljoen Euro.

Het windaanbod op de locatie, 80 kilometer onder Brussel, is erg matig. Er wordt een productie per turbine van ca. 17 miljoen kWh verwacht (bij de NOP-molens wordt dat tegen de 25 miljoen per stuk). Maar het lage windaanbod (en de dure turbines) wordt rendabel gemaakt door een riante kWh-vergoeding. In België wordt gewerkt met een groencertificatensysteem, in combinatie met een verplicht aandeel duurzaam voor de energiebedrijven. Dat stimuleringsmodel leidt, net als in Engeland en Italië, tot erg hoge kWh-vergoedingen. Momenteel ontvangt men bovenop de grijswaarde van de stroom ruim 10 cent per kWh aan certificaatwaarde (10 jaar), dus totaal 14-15 cent per kWh. De E-126 wordt speciaal ontwikkeld voor met name de minder windrijke gebieden in Duitsland en de fabrikant wil er mee aantonen dat Duitsland met “maar een paar van deze turbines” voor 25% op windstroom kan draaien (Duits doel voor 2020). De serieproductie komt pas over enkele jaren enigszins op gang. Zie ook Energeia en W.O.W. Turbines van 6 MW of meer worden momenteel (on-shore) alleen geleverd door Enercon en REpower, maar binnen een paar jaar zullen ook andere fabrikanten daar toe over gaan. Dat windpark NOP een peperduur project wordt blijkt ook bij vergelijking met het Duitse Feed-in tarief. Als het project in 2012 in gebruik zou worden genomen bedraagt dat tarief (voor deze locatie, landmolens) 8,93 Eurocent per kWh over de eerste vijf jaar (“starttarief”, vergelijkbaar met het basisbedrag van de SDE) en 5,02 cent voor de daaropvolgende 15 jaar. Met elk jaar vertraging van het startjaar wordt het starttarief 1% lager. De Duitse repowerpremie van 0,5 cent per kWh over de eerste vijf jaar is niet van toepassing op de vervanging van de 50 Essent-molens omdat het vermogen meer dan 5 maal zo groot wordt. Voor de near-shore turbines zijn de kosten natuurlijk hoger vanwege de fundering in het water maar of het basisbedrag van 12,1 cent redelijk is kunnen wij niet beoordelen. Voor deze turbines wordt de Siemens van 3,6 MW beoogd met een rotordiameter van 107 meter, maar meer waarschijnlijk de nieuwe versie met een rotor van 120 meter. De werkelijke productie zal in ieder geval aanzienlijk tot zeer veel hoger zijn (ruim 3.500 “vollasturen” bij 107 meter) dan waarmee het basisbedrag van 12,1 is berekend (3.118). Ook voor de “landmolens” is de kostprijs met een veel te lage productie berekend (3.095 in plaats van bijna 4.000 “vollasturen”) zodat het tarief betiteld kan worden als een “veel te ruime subsidiering van Duitse prototypes”, omdat het de fabrikant verleidt tot onnodig hoge prijzen (het is bekend dat fabrikanten hun prijzen afstemmen op het subsidieregime van het betrokken land). In totaal wordt een subsidiebedrag van maximaal 880 miljoen Euro beschikbaar gesteld voor de looptijd van 15 jaar. Daarnaast wordt een investeringssubsidie vanwege het “innovatieve” karakter van het park beschikbaar gesteld van 104 miljoen Euro en maximaal 116 miljoen Euro., dus rond een miljoen per turbine.

De minister geeft niet aan voor welke innovaties dit bedrag bedoeld is en waarom niet (een deel) gewoon in het basisbedrag is verwerkt. Het is een uitnodiging aan andere exploitanten om ook “nieuwigheidjes” te verzinnen. Om de toekenning nog dit jaar te kunnen doen wordt afgezien van het SDE-vereiste om een verleende bouwvergunning te hebben. Het is voldoende als de aanvraag milieuvergunning is ingediend en als er een voor het bevoegd gezag aanvaardbaar MER beschikbaar is. De turbinekeus hoeft voor de toekenning ook nog niet vast te staan. Omdat in het SDE-systeem de subsidie niet wordt uitgekeerd per geproduceerde kWh maar per geïnstalleerde kW turbinevermogen kan het subsidiebedrag dus nog verhoogd worden door een zwaardere turbine te kiezen (die niet altijd evenredig duurder hoeft te zijn). Het systeem lokt in principe dus het sjoemelen met de “naamplaatjes” op de generator uit. De landmolens dienen minimaal 6 MW te zijn en de near-shore turbines minimaal 3 MW. Als de begrote vollasturen ook in de praktijk zullen worden gerealiseerd zal het project ruim 1,3 miljard kWh per jaar produceren. Dat is 1,1 % van de Nederlandse stroombehoefte. Omdat het subsidieniveau voor dit project hoger is dan volgens de SDE-regeling , kan minder vermogen dan bedoeld was (2.000 MW) gesteund worden. Deze maand werden in een brief aan de Kamer de herschikte budgetten bekend gemaakt, samen met de plannen voor de SDE-2010 (zie SDE-2010 ) . Aangezien op het budget voor 2009 voor wind op land (1,5 miljard voor ruim 850 MW) nauwelijks beroep is gedaan (50 MW aangevraagd) is dit bedrag ruim voldoende voor het dijkenplan. De minister meent dat zij nu voldoende haar best heeft gedaan en besluit haar brief met : “het is nu aan de Koepel Windenergie Noordoostpolder om tot realisatie over te gaan”. Branche-organisatie NWEA noemt de aanpassing “opmerkelijk omdat EZ tot nu toe strikt vasthield aan de regeling in de discussie over differentiatie naar regio” maar zij is “blij dat het project Noordoostpolder……. nu eindelijk door kan gaan”, maar vindt het “wel opvallend dat juist in zo’n geval EZ bereid is de SDE aan te passen, terwijl er al langer een discussie loopt tot differentiatie, omdat duidelijk is dat veel (kleinere) projecten elders in het land niet van de grond komen, omdat de regeling te veel is afgestemd op kustgebieden”. Andere delen van de branche roeren zich en hebben het over concurrentievervalsing. Ontwikkelaar Eventus Duurzaam schrijft in een reactie in het Financiële dagblad: “Terwijl de rest van de branche het moet doen met een gedrocht van een stimuleringsregeling, de SDE, krijgt één project de hoofdprijs. Er komt geen project van de grond…. en om nu falend overheidsbeleid te maskeren door een project voor te trekken ter meerdere eer en glorie van het kabinetsbeleid is niet fair en onjuist” (meer hierover bij Polder PV) Tenslotte mag de op zijn minst misleidende passage in het persbericht van Economische zaken niet onvermeld blijven: “Voor de totstandkoming van dit windpark stelt minister Van der Hoeven een subsidie op grond van de Subsidieregeling Duurzame Energieproductie (SDE) ter beschikking van (MAXIMAAL) rond 880 miljoen euro, waarmee de zogeheten onrendabele top van de elektriciteitsproductie van dit windpark via een bedrag per aan het elektriciteitsnet geleverde Kilowattuur wordt gecompenseerd.” Maar liefst drie zaken kloppen hierin niet: – het woordje “maximaal” ontbreekt want de werkelijke subsidie zal VEEL lager zijn – de subsidie dekt niet de “onrendabele top” maar is een vergoeding voor vermeden nadelen voor de samenleving die niet in de waarde van de “grijze stroom” tot uitdrukking komen – er wordt veel meer dan alleen de “onrendabele top” vergoed – de subsidie wordt niet uitbetaald als een bedrag per geleverde kWh maar als een bedrag per geïnstalleerde kW windturbine vermogen. (zie ook bericht hieronder). Alle media meldden zonder commentaar dat er 1 miljard subsidie naar het park gaat en atoomactivist Kouffeld (Em. hoogleraar TU-Delft) kon het bedrag, door EZ-teksten gelegitimeerd, dan ook toevoegen aan zijn rijtje argumenten tegen windenergie in de NRC. van 5 december.

Afgezien van de ruim 100 miljoen “innovatiesubsidie” wordt het alleen 880 miljoen als de elektriciteitsprijs 15 jaar lang zo laag blijft als momenteel. En niemand zet er een vraagteken bij ! “Tja, windmolens en grote ook nog, groene stroom , zal wel duur zijn”. In de praktijk zal het minder dan de helft zijn en misschien wel helemaal niets omdat de olieprijs naar 200 Dollar per vat gaat. En als er voor de landmolens normale turbines uit de serieproductie zouden worden toegepast, kunnen die dankzij het enorme windaanbod op deze locatie in ieder geval zonder een cent subsidie uit. Regeling van 16-12-2009, nr. WJZ/9194006, 2 nieuwe SDE-categorien. Brief aan Tweede Kamer, 17-11-2009 Rekenmodel Wind op land ECN voor basisbedragen SDE (Excel) Windkoepel NOP http://www.windparknoordoostpolder.nl/ Bericht op omroep Flevoland Kritisch commentaar op Duurzaam.nl Idem van Peter Segaar op Polder PV Reactie NWEA en Brief NWEA aan Tweede Kamer Motie SP/GroenLinks voor 2nd opinion NOP-tarief verworpen PS Flevoland wil minder molens bij Urk * In de noordelijke bossen van Zweden (Markbygden, gemeente Pitea) is eind 2008 begonnen met de bouw van verreweg het grootste windpark van Europa. Dit moet in 2020 ruim 3.500 MW omvatten. We kennen het bouwtempo niet maar in 2013 zal het zeker groter zijn dan windpark NOP. In Roemenië (“Dobrogea”) wordt nu gebouwd aan de eerste fase van een project van 348 MW dat na de 2e fase in 2011 uitgroeit tot 600 MW. Onder Glasgow wordt het bestaande park “Whitelee” van 322 MW in 2012 uitgebreid tot 593 MW. Het grootste windpark van Nederland staat in de Eemshaven met 264 MW. Het is een visueel aaneengesloten geheel maar wel van verschillende eigenaren, zoals bij de Noordoostpolder, zie: windpark Eemshaven. De drie grootste windparken ter wereld staan momenteel in Texas en meten 600-700 MW. Documenten Zuidlob Zeewolde ter inzage 31 augustus 2009 Agrariërs verenigd in de Windmolenvereniging Zuidlob en N.V. NUON duurzame energie willen in de gemeente Zeewolde een windpark van 36 windturbines realiseren. Het project van 83 – 119 MW (afhankelijk van de turbinekeus) valt onder de zogenaamde Rijkscoordinatieregeling. Tot en met 8 oktober liggen het ontwerp-Rijksinpassingsplan, het plan-MER en de vergunningaanvragen met ontwerpbesluiten ter inzage en kunnen schriftelijke zienswijzen worden ingediend. “Binnen enkele weken na 9 oktober” zullen de definitieve besluiten worden genomen waarbij rekening wordt gehouden met de zienswijzen. Voor een belanghebbende die over een ontwerpbesluit een zienswijze heeft ingebracht, staat dan tegen dat besluit beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het gaat om drie lijnopstellingen van elk twaalf turbines langs de Rassenbeektocht, de Winkeltocht en het Nijkerkerpad in de gemeente Zeewolde. De Gemeente verleent in ontwerp vergunning voor de bouw van acht verschillende typen windturbines, de Vestas V 90 / 3 – 94, V 112 / 3 – 94, V 112 / 3 – 119, Repower 104 / 3.3 – 98, Ecotecnia Eco 100 / 3 – 100, Acciona AW 109 / 3 – 120, GE 2.5xl 100 / 2.5 – 100 en de Siemens SWT 93 / 2.3 – 99,5. (achtereenvolgens fabrikant, type, rotordiameter / vermogen (MW) – ashoogte. Het alternatief met de Vestas V 90 van 3 MW is opmerkelijk. Deze typische windturbine voor hoge windregimes is voor deze locatie met laag windaanbod bijzonder ongeschikt en inefficiënt. De uitvoering met een vermogen van 2 MW zou voor de hand liggen. Deze is ongeveer 25% goedkoper en levert maar 10% minder stroom. Alleen het SDE subsidiesysteem, dat hoge vermogens stimuleert, kan voor deze keus een verklaring zijn.

Ook meer bij Energeia

Category: Overheid, Subsidie, Windenergie

Comments Closed

Reacties zijn gesloten.