Molenbouw tot stilstand gekomen

| 20 augustus 2009
bron: SDE

Op de kop af 3 jaar nadat de subsidieregeling Milieukwaliteit Electriciteitsproductie (MEP) op 16 augustus 2006 werd stop gezet door minister Wijn van het vorige kabinet Balkende, wordt woensdag 19 augustus in Burgervlotbrug (Noord-Holland) het laatste windpark dat met deze subsidieregeling rendabel wordt gemaakt, in gebruik genomen. Er lopen nog 28 MW aan MEP-projecten maar de kans is klein dat daarvan nog wat wordt gerealiseerd.

Het park bestaat uit negen turbines Vestas V 52 op 65 meter ashoogte langs het Noord-Hollands Kanaal en is eigendom van windmolenvereniging Kennemerwind (2,5), Ontwikkelaar Evelop (2,5) en een privaat persoon (4). De ontwikkeling kostte ruim acht jaar en zal jaarlijks 25 miljoen kWh opleveren.

Als enige land ter wereld ging het windvermogen in Nederland het eerste half jaar 2009 achteruit ! De bouw van windturbines ligt in Nederland nu voor maanden helemaal stil en zal pas volgend jaar weer enigszins opkrabbelen. Echter, de belangstelling voor de nieuwe SDE-subsidie is minimaal en alleen bij een fundamentele wijziging van dit subsidiesysteem kan op zijn vroegst in 2015 de verdubbeldoelstelling naar 4.000 MW gerealiseerd zijn. Daartoe is bovendien een aanzienlijke verbetering van het lokale draagvlak vereist. Hoe is het zover gekomen en hoe zal het verder gaan?

De MEP werd op 1 juli 2003 van kracht. De formele reden voor het stopzetten was dat volgens het ministerie de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit in 2010 met de lopende projecten gehaald zou worden. Of dat inderdaad lukt is nog twijfelachtig maar alleen politiek van belang (2008 was 7,5%). Oversubsidiëring als gevolg van het oplopen van de elektriciteitsprijzen (waar het subsidiebedrag bij de MEP niet aan gekoppeld is) en de gigantisch oplopende subsidiebudgetten door de grote belangstelling voor de uiterst lucratieve regeling was de werkelijke reden voor de noodrem. Het nieuwe kabinet startte in april 2008 de Subsidieregeling Duurzame Elektriciteitsproductie (SDE). Bij de vormgeving daarvan was de angst voor oversubsidiëring echter zo groot dat een gedrocht is ontstaan waar boeren, energiebedrijven, ontwikkelaars, banken en verzekeraars geen brood van lusten. Het is de bedoeling dat jaarlijks voor 500 MW aan projecten subsidie wordt toegekend maar vorig jaar stopte de teller al bij 90 MW. De aanvragers hebben daarvan overigens spijt als haren op hun hoofd want een jaar later bleek dat het tarief voor 2009 7,2% hoger was geworden. Van die 90 MW is nu 27 MW gerealiseerd en op dit moment is geen enkel project in aanbouw. Door sloop en nieuwbouw zal het vermogen dit jaar niet of nauwelijks toenemen.

De kabinetsdoelstelling (toe te kennen subsidies voor 2..000 MW in 2011) is op zichzelf overigens allesbehalve ambitieus zoals wel wordt beweerd. Want ze houdt slechts in dat er tijdens deze kabinetsperiode 2.000 MW extra vergund en gecommitteerd (subsidietoekenning) wordt. Dat betekent echter geenszins dat dit vermogen ook binnen redelijke termijn gebouwd zal worden. In de eerste plaats heeft men daarvoor nog tot 2015 de tijd (vier jaar na subsidietoekenning). En ten tweede hoeft de verleende bouwvergunning niet onherroepelijk te zijn zodat alsnog projecten zullen afvallen door lopende beroepsprocedures. Politiek kan niemand zich er een buil aan vallen. Nog een jaar of vier kan men zich verschuilen achter “ja, het loopt niet goed maar het komt nog wel”.

De eerste jaren zullen de tegenvallers echter stevig blijven zeuren. Na het eerste serieuze debacle van 2008 is er ook dit jaar, ondanks dat er voor vele tientallen MW’s aan vergunde projecten klaar ligt, nog maar voor 12,6 MW aan SDE-aanvragen ingediend (stand 27 augustus). Het is niet te verwachten dat er nog nieuwe aanvragen bijkomen omdat volgend jaar het subsidieniveau zeer waarschijnlijk weer wat hoger vastgesteld zal worden. Het is een van de vele systeemfouten van de SDE. Gedeeltelijk is gewoon sprake van een boycot; er wordt gerekend op (nog) hogere rendementen bij een volgende ronde, maar voor een groot gedeelte is het niet mogelijk om met dit systeem een rendabel en financierbaar project te maken. Alleen op windrijke kustlocaties is een goed (tot te goed) rendement haalbaar.

Het bouwprogramma voor de rest van dit jaar is verwaarloosbaar. Verkoopmanager Bram van Noort van Enercon kwalificeert de situatie als “bijzonder slecht” en “ook voor volgend jaar ziet het er niet goed uit, maximaal 50 MW“. Ook andere fabrikanten hebben geen of nauwelijks concrete bouwplannen. Voor 2010 lijkt 100 MW het maximum. Als de regelgeving niet verbetert, wordt het bouwtempo niet hoger.

Verder vooruitkijken is lastig maar we doen een poging op grond van signalen uit de markt en de aard van de regelgeving. De meeste resterende toegekende projecten van 2008 (63 MW) worden in de loop van volgend jaar en 2011 gebouwd. Een deel kan echter nog afvallen. Dit jaar worden geen SDE-aanvragen meer gedaan omdat de vergoedingen in de ronde 2010 hoger zullen zijn. Bij ongewijzigd beleid zal er ook in 2010 niet veel meer gebeuren. Blijven wachten op verbetering is het motto. Alleen op een paar windrijke kustlocaties zal gebouwd kunnen worden, maar de bulk zal van de nu onrendabele, minder windrijke locaties moeten komen. Ontwikkelaar Arthur Vermeulen van Raedthuys Windenergie bevestigt dat de oorzaak van de stagnatie voor een belangrijk deel ligt bij de slechte SDE-regeling:

“ Alleen direct aan de kust levert een windproject nog voldoende rendement voor een positief investeringsbesluit. EZ geeft de vergunningstrajecten de schuld van het uitblijven van aanvragen. Dat is zeker voor een deel waar maar EZ moet zich ook realiseren dat de SDE regeling de bedrijvigheid onderuit haalt. Wij hebben honderden MW’s in ontwikkeling waarvan een groot deel op locaties waarvan wij ons in alle ernst afvragen of het wel zin heeft om deze projecten door te zetten”, aldus Arthur Vermeulen.

Een ander scenario is dat ontwikkelaars wachten tot de hele SDE-regeling als onwerkbaar op de schop gaat, met als aanleiding het verleggen van de financiering uit de Rijksbegroting naar een opslag op stroomtarieven voor consumenten. Die nieuwe regeling gaat in 2012 van start en zal dan in 2014 – 2015 de eerste windparken kunnen opleveren. De verdubbeling is dan niet eerder gerealiseerd dan in 2016-2017.

Ontwikkelaars hebben na subsidietoekenning vier jaar de tijd om het project te realiseren en zullen waarschijnlijk geen haast maken met turbinebestellingen omdat de prijzen aan het dalen zijn. Ook daarom is het nodig om een “opjutpremie” in te stellen (elk jaar een iets lagere vergoeding voor nieuwe projecten, in Duitsland is dat 1%). Financiering kost de nodige tijd en levertijden van turbines (1-2 jaar) spelen een rol.

Actuele statistieken
Radioverslag RTV Noord Holland over opening “Burgervlotbrug”

(De interviewer zegt 2 keer , zonder gecorrigeerd te worden, dat het park goed is voor de stroom van 800 huishoudens maar dat moet natuurlijk 8.000 zijn !)

Category: Overheid, Windenergie

Comments Closed

Reacties zijn gesloten.