Slimme boer begint windmolenpark en camping

| 6 augustus 2010
bron: FD

Nevenactiviteiten zijn voor veel agrariërs bittere noodzaak. ‘Middelgrote bedrijven die zich hebben verbreed zijn minder kwetsbaar dan megabedrijven.’

Acht jaar geleden besloten Ravenhorst (47) en haar man Kees (45) hun melkveehouderij in Woudenberg uit te breiden met een ‘bed and breakfast’. Eerst vier kamers, later liet het echtpaar een theeschenkerij, vergaderruimte en zes ‘Grebbeliniehutten’ bijbouwen. Een investering van bijna euro 1 mln, waar Ravenhorst nooit spijt van heeft gehad.

‘In een geliberaliseerde markt waarin de melkprijs steeds meer fluctueert, is het heel prettig om een tweede inkomstenbron te hebben.’ Het melkveebedrijf zet op jaarbasis ongeveer euro 200.000 om, de accommodatieverhuur zo’n euro 400.000.

De rentabiliteit van boerenbedrijven is vorig jaar flink gedaald, zo blijkt uit het recentelijk verschenen Landbouw-Economisch Bericht. Boeren hielden vorig jaar na aftrek van alle kosten gemiddeld slechts euro 5500 over uit agrarische activiteiten. Een enorme daling vergeleken met de euro 52.000 die een boerenbedrijf in 2006 nog opleverde.

Oorzaak zijn de forse prijsdalingen voor agrarische producten als melk, graan en vlees. Vooral de melkveehouder heeft het moeilijk. Een boer kreeg vorig jaar gemiddeld euro 0,28 voor een liter, de laagste prijs sinds het einde van de jaren zeventig. ‘Om er goed van te kunnen leven heb je minimaal euro 0,40 nodig’, zegt Clara Ravenhorst.

Tai chi in de wei

Onderzoekers van de universiteit van Wageningen, die de cijfers vorige maand presenteerden, verwachten grote problemen als de trend doorzet. Meer dan de helft van de boerengezinnen zal onder de lage-inkomensgrens vallen. De eigenvermogenspositie van veel boeren staat onder druk. Net als het echtpaar Ravenhorst verbreden veel kleinere boerenbedrijven hun activiteiten om de inkomensval op te vangen. Het Nederlandse platteland telt steeds meer zorgboerderijen, vergaderhoeven en zuivelproeverijen. En dan zijn er ook nog de kanoboerderij, de agrotaveerne, het kaasmuseum en het programma ‘tai chi in de wei’.

Duurzaamheidstrein

Meer boeren haken aan bij de duurzaamheidstrein. Zo vatten veertien agrariërs in Noord-Beveland het plan op voor een coöperatief windmolenpark. Met bij elkaar geleend vermogen (een windmolen kost ongeveer euro 3 mln) verrezen in 2007 acht molens. Ze leveren jaarlijks 20 miljoen kilowatt stroom aan Nuon en nog eens 30 miljoen kilowatt aan Delta. Genoeg voor 17.000 huishoudens.

‘Toen we begonnen zei ik: heren, als we dit van de grond krijgen, kunnen we er de man een half modaal inkomen van krijgen’, aldus aardappelboer Rinus Breure (58) uit Kats, die zich heeft opgeworpen als woordvoerder van de coöperatie. ‘En dat is gebleken.’ Breure wil een deel van de opgewekte elektriciteit met een speciale installatie gaan omzetten in waterstof.

Uit een Europees subsidiepotje kreeg hij deze maand euro 300.000, een derde van de projectkosten. Hij wil er een tractor mee kopen die op waterstof rijdt. Een enkele trekker levert financieel niet veel op, geeft hij toe. Wel draagt de actie bij aan zijn imago van ‘duurzame boer’. Dat kan nog van pas komen. Hij wil zijn windparken uitbreiden en moet kunnen rekenen op welwillende bestuurders en financiers.

Initiatieven als deze zullen we de komende jaren vaker gaan zien, verwacht Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar transitiewetenschappen aan de universiteit van Wageningen. In tegenstelling tot koepelorganisatie LTO Nederland ziet hij multifunctionele landbouw als dé oplossing voor de problemen in de sector. ‘Middelgrote bedrijven die zich hebben verbreed zijn minder kwetsbaar dan megabedrijven’, zegt hij, zich baserend op eigen onderzoek. ‘Ze zijn in hoge mate zelfvoorzienend, hebben een relatief lage schuldenlast.

Het feit dat ze meerdere pijlers hebben, maakt ze robuust.’ ‘Boer verdient eerlijke prijs’ Een forse inkomensval van de Nederlandse boeren. Hoe zorgelijk is dat? Dat er jaren zijn waarin wordt ingeteerd op het eigen vermogen, is eigen aan de sector, zegt Gerard van der Grind, manager sociaaleconomisch beleid bij brancheorganisatie LTO Nederland. ‘Dit keer gaat het wel om grote bedragen.

Er wordt behoorlijk ontspaard.’ De oorzaak ligt bij prijsdalingen, die weer het gevolg zijn van overcapaciteit, meer concurrentie van het buitenland en een afname van de consumentenvraag. Van der Grind ziet liever niet dat Brussel ingrijpt in de vrije marktvorming om boeren uitzicht te bieden op een behoorlijk inkomen. Wel wil hij met retailers tot afspraken komen over een ‘eerlijke prijs’ voor boeren. Dat boeren er andere activiteiten ‘bij gaan doen’, zet volgens hem geen zoden aan de dijk. ‘Het zal beperkt van omvang blijven.’

Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar transitiewetenschappen aan de universiteit van Wageningen, ziet het anders. LTO Nederland kan volgens hem niet volhouden dat multifunctionele landbouw een marginaal verschijnsel zal bijven. ‘Het is typerend voor de lichtzinnigheid van de huidige LTO’, zegt hij zuinigjes. ‘Grote bedrijven staan nu het zwakst. Negatieve cashflow, gevoelig voor prijsfluctuaties.

Kleine bedrijven die er van alles bij doen, kunnen de klappen veel beter opvangen. Als je de trend van verbreding doortrekt, ontstaat de situatie dat er straks doorgemolken kan worden dánkzij het feit dat er verbreed is.’

Category: Bedrijven, Windenergie

Comments Closed

Reacties zijn gesloten.