“30-20-2” wordt niet gehaald

| 3 mei 2009
bron: Kamerbrief "Paasbrief"

Het wordt eentonig maar opnieuw blijkt uit tussentijdse verkenning van het programma “Schoon en Zuinig” dat de doelen m.b.t. reductie van broeikasgassen, duurzame energie en energiebesparing voor 2020 niet gehaald worden.

Minister Cramer stuurde namens het Kabinet een brief naar de Tweede Kamer op 29 april met de strekking dat we aardig op koers zouden liggen maar zelfs de doelen voor 2011 worden volgens de minister maar gedeeltelijk gehaald:

Waarschijnlijk gehaald in 2011
– 4% briobrandstoffen
– maximaaal 207 Megaton CO2-uitstoot
– 9% duurzame stroom

Waarschijnlijk niet gehaald:
– energiebesparing (maximaal 54 i.p.v 61 PJ per jaar)

Onder voorwaarde:
– Duurzame energie , mits de vergunningen worden verleend is 3.541 MW mogelijk (doel is 2.285 MW gecommiteerd)

Over de doelen voor 2020 bestaat nog onzekerheid maar het kabinet geeft steeds meer signalen af dat ook zij (in navolging van onderzoek van ECN, PBL en PWC) begint in te zien dat de haalbaarheid twijfelachtig is. Er zijn al aanvullende maatregelen genomen (crisispakket) maar “aanvullend beleid wordt voorbereid, zodat dit direct effectief gemaakt kan worden als bij de evaluatie volgend jaar blijkt dat dat nodig is”, zo schrijven de betrokken ministers.

In de verkenning van ECN en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van 30 april zijn de feiten echter al keihard: het huidige beleid komt niet verder dan maximaal 23% CO2-reductie in plaats van 30%, het resulteert alleen met 6,7 miljard Euro extra in maximaal 15% duurzame energie in plaats van 20% en van de beoogde 2% energiebesparing gemiddeld per jaar wordt maximaal 1,5% gehaald.

Om het maximum van 15% duurzame energie te halen is waarschijnlijk 35% duurzame stroom (=11,4% duurzame energie) nodig. Dat vergt 6,7 miljard Euro extra voor 2011-2020. Dat geld zal dus moeten komen op basis van de zinsnede in het crisisakkoord over de “ruimere en robuuster” financiering van de SDE uit een heffing op de energierekening. Daar staat: “Zo wordt langjarige zekerheid gegeven over de beschikbaarheid van voldoende middelen om de ambitie van 20% duurzame energie in 2020 te realiseren”. Maar omdat bij die nieuwe financiering “de koopkrachteffecten en budgettaire beheersbaarheid worden meegewogen” stelt ECN/PBL dat het beschikbare budget voor de SDE dus nog niet bekend is. Met de huidige budgetten, inclusief crisispakket, komen we in 2020 niet verder dan 5% duurzame energie en 12,3% duurzame stroom.

Wat vervolgens glashelder naar voren komt uit de verkenning is dat die 12% duurzame stroom vooral afhankelijk is van het aandeel windenergie (80%, geen bijstook biomassa). Windenergie levert dan in 2020 met 4.000 MW op land en 1.700 MW op zee ca. 9% van alle stroom (154 miljard kWh). Maar ook bij 35% duurzame stroom moet nog 60% van windenergie komen (en 10% van bijstook biomassa). Windenergie staat dan genoteerd met 6.000 MW op land en 6.000 MW op zee, wat goed is voor 21% van alle stroom.

De grote bijdrage van windenergie komt vooral door de prijs. De kostprijs van wind op land daalt van nu 9,4 Eurocent per kWh naar 8,7 Eurocent/kWh in 2012 en blijft dan volgens de aannames van ECN/PBL gelijk t/m 2020. Wind op zee daalt van 18,6 nu, via 15,9 in 2012 naar 11,3 in 2020 (alles inclusief inflatie).

Het rapport stelt dat “een percentage van 35% duurzame stroom nog technisch realiseerbaar wordt geacht”, maar dan moet er een verplichting of toereikende subsidie komen voor bijstook van biomassa. Om de winddoelen te halen “dienen barrières van maatschappelijk en institutionele aard verminderd te worden, zoals weerstand bij gemeenten, hoogtebeperkingen en ongedwongen clustering”. De Rijkscoordinatieregeling alleen lijkt hiertoe niet voldoende”. Bepleit het ECN gedwongen clustering als paardemiddel? Het is verder volstrekt onduidelijk waarom alleen deze aspecten genoemd worden en niet de welhaast nog veel belangrijker economische aspecten van het SDE-systeem zoals de hoogte en het verloop van het basisbedrag en de idiote uitbetalingswijze (Euro’s per kW i.p.v. per kWh !)

Stichting Natuur en Milieu geeft in haar reactie o.a. te kennen dat zij haar streven van 8.000 MW Nederlands vermogen op de Noordzee los laat. In plaats daarvan zou Nederland bovenop de 6.000 MW op zee van het 35% scenario extra 2.000 MW op de Noordzee moeten realiseren met gemeenschappelijke EU-projecten. SNM meent dat de feiten nu concreet genoeg zijn om aanvullend beleid te maken, en niet te wachten op de evaluatie in 2010.

Commentaar WSH

Minister Cramer heeft het vaak over “meters maken” maar “we schieten geen meter op” dekt de praktijk beter. Ernstiger is dat er nog steeds geen aandacht is voor de stagnatie van de belangrijkste peiler onder het doel voor duurzame stroom: windmolens. Tien jaar is nog een flinke tijd maar de aard van het beestje maakt het mogelijk om al een flink aantal jaren vooruit te kijken en dat stemt niet vrolijk. De SDE-wind op land is ondeugdelijk en wordt deels geboycot. In het eerste half jaar van 2009 nam het windturbinevermogen zelfs af in plaats van toe. Van de beoogde 2.000 MW aan subsidietoekenningen is (in 2008) nog maar 90 MW gerealiseerd. Er zou toch op zijn minst enig zicht moeten zijn op welke manier, onder welke voorwaarden en wanneer de vereiste stroomversnelling op gang gaat komen. Maar zelfs na twee jaar falend beleid is er geen enkele actie en we moeten waarschijnlijk concluderen dat de belangrijkste peiler inmiddels al stiekem is opgegeven en is ingewisseld voor de elektrische auto met kolen- en kerncentrales.

* Antwoorden op Kamervragen van debat 3 maart (“Paasbrief”)
* Kabinetsbrief aan Kamer 30 april 2009
* Verkenning Schoon en Zuinig door ECN/PBL, 30 april 2009
* “Projectenboek”, VROM juli 2008

Andre Wakker, adviseur energiebeleid bij het ECN, schreef op persoonlijke titel een pleidooi voor kernenergie in de NRC van 6 juli 2008: “Duurzame energie is emotie“.

 

Category: Overheid, Windenergie

Comments Closed

Reacties zijn gesloten.