Verhagen gooit zonnepannelen+offshore

| 2 december 2010
bron: Energia

Efficiënt besteden wil Minister Maxime Verhagen iedere euro die hij uitgeeft voor de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie. De subsidieregeling wordt omgevormd op korte termijn. Alles gericht op het nakomen van de Europese verplichting 2020. Consequenties zijn groot. Voor innovatie lijkt geen plaats meer. Kleine zonnepanelen ook niet.

Grootschalige bijen meestook van biomassa en offshore wind vallen bovendien buiten de boot. Afgelopen dinsdag stuurde Verhagen de tweede Kamer een brief omtrent de nieuwe invulling van de stimulans voor duurzame energieproductie. Verhagen richt zich in tegenstelling tot vorige kabinetten tot 1 doel. Daar maakt hij geen geheim van. De SDE regeling wordt gefocust om op een efficiënte manier stappen te zetten richting de Europese doelstelling van 14% duurzame energie in 2020.

Of dit haalbaar is wordt betwijfeld. Door die korte-termijnfocus verdwijnen een aantal zaken naar de achtergrond. Een daarvan is innovatie. Net nu de minister officieel het woord ‘innovatie’ in de naam van zijn ministerie opneemt, verdwijnt de ruimte hiervoor uit de duurzame energiesubsidie. Andere manier om innovatie op middellange termijn te stimuleren vindt Verhagen wel zinvol. Het instrument hoe dat te doen blijft in de brief onbenoemd. Gekapt wordt met zonne-energie en offshore wind. Het meest overtekende kleinschalige zon-pv wordt opgeheven door Verhagen. Reden: de taakstelling rijksambtenaren.

Het kabinet Rutte ijvert ervoor om voor EUR 6 mrd in eigen vlees te snijden. De subsidiëring van kleinschalige zonnepanelen was een enorm arbeidsintensieve klus, met aan de opbrengstkant maar weinig duurzame megawatten. Offshore wind niet genoemd in de brief aan de Tweede Kamer. Deze dure optie kan dus niet meer op productiesubsidie rekenen. Onduidelijk is of er innovatie-instrumenten bestaan, en zoja, of deze toereikend zijn om nog iets te kunnen betekenen voor offshore wind. Verhagen heeft een creatieve manier gevonden om de SDE+ te stroomlijnen, zoals hij het in de brief noemt. Een belangrijke wijziging is de gefaseerde openstelling van de regeling. De regeling opent in de eerste fase alleen voor stroomproducenten met een maximaal basisbedrag van 9 cent per kilowattuur, of gasproducenten die werken met een basisbedrag van maximaal 79 cent per kubieke meter.

Het basisbedrag is de prijs waartegen gemiddeld genomen geleverd kan worden. Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) stelt deze bedragen voor Verhagen op. De SDE+ gaat in de eerste fase dus open voor producenten onder dit bedrag. Bijvoorbeeld stroom- of gasproducenten met gas uit riool- of afvalwaterzuiveringsinstallaties als brandstof, die volgens ECN 6 cent per kilowattuur of 28,7 cent per kuub als gemiddelde kosten hebben, of afvalverbrandingsinstallaties (Avi’s) die tegen 6,2 cent per kilowattuur kosten moeten kunnen produceren. Ook allesvergisting groen gas (73,8 cent per kuub) en waterkracht met een hoogteverschil van vijf meter (7,2 cent per kWh) hebben een basisbedrag dat is vastgesteld onder de 9 cent. Al deze categorieën kunnen in de eerste fase dingen naar subsidie.

Voor alle categorieën tezamen bestaat één subsidieplafond. In de vorige SDE-regelingen kenden de verschillende categorieën hun eigen subsidieplafond, maar daar is Verhagen van afgestapt. Avi’s en windmolens strijden om dezelfde duiten. Tot het plafond bereikt is, geldt: wie het eerst komt, die het eerst maalt. In eerste instantie kunnen dus alleen genoemde producenten met een basisbedrag onder de 9 cent per kWh of 79 cent per kuub aanspraak maken op het publieke geld. Is er na de eerste fase (waarvan de duur onbekend is) nog budget over, dan komt fase 2. Het maximale basisbedrag waarbij gereageerd kan worden gaat naar 11 cent per kilowattuur of 97 cent per kubieke meter groen gas.

Categorieën die dan kunnen reageren zijn wind op land (9,6 cent per kWh) en mest co-vergisting groen gas (83,1 cent per kuub). Is er hierna nog steeds geld over, dan wordt de limiet verhoogd naar 13 cent per kWh of 114 cent per kuub. Dan schuiven aan: biomassaverbranding voor installaties boven de 10 MW (12,1 cent per kWh), waterkracht met een hoogteverschil kleiner dan vijf meter (12,3 cent per kWh). Tot slot fase 4 tot 15 cent per kWh of 132 cent per kuub, voorlopig alleen open voor allesvergisting elektriciteit (13,4 cent per kWh). Het moge duidelijk zijn: de fasering garandeert Verhagen dat de goedkoopste opties in absolute zin er met het grootste gedeelte met de koek vandoor gaan. De minister van innovatie heeft nog een slimmigheidje bedacht, die innovatie via een achterdeur toch de SDE+-regeling binnentrekt. E lke fase kent een “vrije categorie”.

Helemaal vrij is deze categorie overigens niet, alleen producenten uit een van tevoren bepaalde categorie mogen hierop inschrijven. De bedoeling is dat producenten op deze manier goedkoper intekenen dan waar ze op papier recht op hebben. Een voorbeeld: wind op land staat op 9,6 cent per kilowattuur. Misschien dat een windboer op een windrijke locatie denkt met een basisbedrag van 9 cent per kWh uit de kosten te komen. Dan tekent hij in op de vrije categorie in de eerste fase.

Op die manier is hij er (vrijwel) zeker van dat er budget beschikbaar is. (Overigens denkt Verhagen vanaf 2012 een schifting te maken tussen windmolens op windrijke locaties en windmolens op windarme locaties.) Innovatieve ondernemers die goedkoper uitkunnen dan de concurrenten worden op deze manier beloond. Behalve de eerder genoemde categorieën kunnen hiervan ook gebruik maken: elektriciteit uit mest covergisting, thermische conversie van biomassa voor installaties kleiner dan 10 MW, zon-PV groter dan 15 kWp, vrije stromingsenergie, osmose en geothermie.

Voor al deze technologieën stelt Verhagen dat ze eigenlijk duurder zijn dan 15 cent per kWh of 132 cent per kuub, maar als de producenten het voor die prijs denken te kunnen, houdt de minister ze niet tegen.

Category: Offshore, Windenergie

Comments Closed

Reacties zijn gesloten.