Haalbaarheid doelstelling wind op land niet meer realistisch   

| 1 november 2017 |

Op 22 juni 2017 verscheen de Monitor Wind op Land (MWOL) 2016. Deze monitor verschijnt eens per jaar om de stand van zaken vast te stellen en de haalbaarheid te toetsen van de nationale doelstelling van 6000 MW windenergie op land per eind 2020.

 

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert in opdracht van het Kernteam Wind op Land de MWOL uit. In het Kernteam zitten vertegenwoordigers van de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu, het IPO (Interprovinciaal Overleg), de NWEA (Nederlandse Wind Energie Associatie), de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), Netbeheer NL, Verenigte Natuur – en Milieuorganisaties, de Unie van Waterschappen en last but not least ook de RVO.

Doordat RVO opdrachtgever en uitvoerder is, is de meest belangrijke voorwaarde voor onafhankelijkheid niet vervuld: ‘de slager keurt zijn eigen vlees’.

 

Discrepante vermogenscijfers

De MWOL 2016 geeft aan dat 2016  347 MW nieuw windenergievermogen operationeel (in de zin van stroomopwekkend) is geworden. Opmerkelijk is het grote verschil met wat het CBS (Centraal Bureau voor Statistiek) aangeeft, namelijk slechts 249 MW. Nota bene een verschil van 98 MW. Een dergelijk drastisch vermogensverschil tussen een overheidsorganisatie als de RVO en het CBS als DE instantie voor statistische gegevens is onbegrijpelijk en zou eigenlijk niet mogen bestaan. Los van de genoemde sterk uiteenlopende vermogenscijfers van het in 2016 gerealiseerde windenergievermogen zal het artikel verder op de cijfers van de MWOL 2016 gebaseerd zijn.

 

Projectcategorieën

Voor de haalbaarheidsanalyse van de doelstelling 2020 hanteert de MWOL 2016 net als in eerdere jaren de volgende 3 projectcategorieën

 

  • Projectcategorie A: realisatie 2020 ‘(vrijwel) zeker’
  • Projectcategorie B: realisatie 2020 ‘deels mogelijk’
  • Projectcategorie C: realisatie 2020 ‘(zeer) onzeker’

 

In projectcategorie A met de hoogste realisatiekans is 2016 geen vermogensgroei gerealiseerd. Het vermogen bleef gelijk met 4 574 MW (MWOL 2015) en 4 576 MW (MWOL 2016).

In projectcategorie B met gemiddelde realisatiekans is het vermogen verminderd naar de helft van 668 MW (MWOL 2015) naar 331 MW (MWOL 2016).

Slechts in projectcategorie C met de laagste realisatiekans is het vermogen gegroeid van

1 047 MW (MWOL 2015) naar 1 731 MW (MWOL 2016).

Op basis van deze cijfers is het volgens de RVO ‘niet waarschijnlijk dat de doelstelling voor 2020 in Nederland tijdig zal worden gerealiseerd’ (zie MWOL 2016, pagina 4 ‘Conclusie en samenvatting RVO’).

 

Inschatting in 2020 gerealiseerd vermogen

Net als in eerdere jaren geeft ook de MWOL 2016 geen inschatting van wat het  gerealiseerde vermogen in 2020 zou kunnen zijn. Door toekenning van realisatiekansen aan de drie projectcategoriëen is een inschattingspoging voor het 2020 gerealiseerde vermogen mogelijk. Met de toepassing van de volgende realisatiekansen zal een poging worden gedaan om het in 2020 gerealiseerde vermogen te schatten.

 

Projectcategorie A  ‘(vrijwel) zeker‘   : 90%

Projectcategorie B  ‘deels mogelijk‘  : 50%

Projectcategorie C  ‘(zeer) onzeker  : 10%

 

Projectcategorie A: 90% van 4 576 MW is 4 118 MW

Projectcategorie B: 50% van    331 MW is    166 MW

Projectcategorie C: 10% van 1 731 MW is    173 MW

———————————————————————-

Gerealiseerd vermogen in 2020                 4 457 MW

 

Deze exercitie laat zien dat in 2016  met 4 457 MW geen vooruitgang is geboekt. Uitgaande van de MWOL 2015 was het resultaat van deze exercitie 4 556 MW. Dat betekent dat 2016 zelfs sprake is van lichte achteruitgang t.o.v. 2015.

In 2013 werd in het kader van het energieakkoord de doelstelling windenergie op land met 6000 MW  bevestigd. Sindsdien is jaar voor jaar bij lange na niet de noodzakelijke jaarlijkse vermogensgroei gerealiseerd om de doelstelling te halen.

 

Om te verduidelijken dat de doelstelling niet meer haalbaar geacht kan worden, nog de volgende tweede analyse: in de afgelopen 5 jaar werd volgens het CBS gemiddeld per jaar 240 MW vermogensgroei gerealiseerd. Om de doelstelling van 6 000 MW in 2020 te halen zou in de resterende 4 jaar van 2017 t/m 2020 nog 2 703 MW vermogen gerealiseerd moeten worden. Dit zijn 675 MW per jaar of het 2,8 voudige van wat jaarlijks in de laatste 5 jaar werd gerealiseerd. Deze cijfers spreken een duidelijke taal en behoeven geen verdere commentaar.

 

Kamerbrief

De MWOL wordt elk jaar met een brief van de Minister van Economische Zaken aan de Tweede Kamer aangeboden met daarin de belangrijkste conclusies van het rapport. Helaas is de inhoud van de brief niet consistent. Aan de ene kant wordt gesteld dat ‘ten opzichte van de situatie in 2015 in 2016 een deel van het geplande vermogen in projectfase verder vooruit richting realisatie is geschoven’ en vervolgens wordt aangegeven dat ‘het windvermogen dat waarschijnlijk in 2020 is gerealiseerd, is gedaald van 5 242 MW in 2015 naar 4 907 MW in 2016’.

Het eerste citaat suggereert dat er vooruitgang is gerealiseerd. Maar volgens het tweede citaat en het MWOL rapport blijkt dat een illusie te zijn.

 

In plaats van de realistische indicatie dat Nederland niet meer op koers ligt om de doelstelling 2020 voor wind op land te halen, koestert de dominante strekking van de brief de opportunistische illusie dat de doelstelling nog wel haalbaar is. Ook minister Kamp levert zijn bijdrage aan deze illusie door de volgende zin in de laatste alinea van de brief: ‘Ik vertrouw erop dat de 6 000 MW opgesteld vermogen wind op land in 2020 gerealiseerd kan worden’.

                         

Door: Lothar Ilzhöfer

 

 

 

 

Tags: , , , , , , , , , ,

Category: Wereldwijd

Geef ook een reactie middels Facebook

Laat een reactie achter!