RSS
Adverteren
zoeken

 


 http://www.knmi.nl/actueel/images/windbftgmt.png

    Bron: KNMI

 

kosten & baten
  • Eneco suggereert meer subsidie wind op zee 11-04
  • 15% duurzame stroom voor drie tientjes 11-04
  • Beperken windsubsidies de CO2-uitstoot? 07-04
  • Groen Links Groningen wil vergoeding 25-07
  • Brandenburg wil turbines 1 km van woning 17-06
  • Essent opent goudmijn bij Eemshaven 14-05
  • Gemeente vordert alsnog 120.000 Euro 22-04
  • Wind op land spotgoedkoop 20-04
  • Frankrijk weer verder met 8,61 cent/kWh 27-01
  • Windparken 15% duurder in 2008 26-01
PAGINA 2 
  • Home
  • Nieuws
    • 2012
    • 2011
    • 2010
    • 2009
    • Wereldwijd
    • Offshore
    • Opmerkelijk
  • Gegevens
    • Statistiek Nederland
    • Statistiek gemeente
    • Statistiek provincie
    • Statistiek wereldwijd
    • Statistiek windparken Top 24
  • Subsidie
    • SDE 2010
    • SDE 2012
    • SDE 2011
    • Netaanpassing
    • Kosten & Baten
    • Cijfers - Prognoses - Potentieel
  • Windparken
    • Windparkenkaart
    • Kleine windmolens
    • Nederland
    • Offshore
    • Wereldwijd
  • Windaanbod
    • Maandproducties
    • Windexen
    • Begrippen
    • Beaufort scale
    • Archief
  • Bedrijven
    • Nederland
    • Wereldwijd
    • Projectontwikkeling
    • Service en Onderhoud
    • Offshore
  • Contact
Pagina:   1   |   2   |   3      »      
Eneco suggereert meer subsidie wind op zee
11-04-2010Bron:

De directeuren van Triodos Bank en energiebedrijf Eneco zaten in een gesprek met duurzaam tijdschrift P+ wat te filosoferen over de financiering van windenergie op zee en Eneco opperde daarbij een constructie waarmee op land al een experiment loopt. Triodos wil een fonds oprichten voor de miljoenen die de gemeenten ontvangen voor de verkoop van de aandelen NUON en Essent.


Maar waarom zou je ook niet de bewoners van Den Haag rechtstreeks laten investeren in wind op zee ? En de zogenaamde "eigenlevering" via het openbare net is dan een uiterst lucratieve constructie. Eneco doet dat al in een proef met windmolencoöperatie "De Windvogel" bij een Lagerwey in Bodegraven.

De filosofie is dat als je eigenaar van de molen geen energiebelasting en BTW over de geleverde stroom hoeft te betalen, ook niet als die molen niet direct aan je eigen huis levert ("achter de meter", zoals bij een zonnepaneel). Het moet nog wel erkend worden en minister van der Hoeven heeft de constructie al verworpen (zie nieuwe ronde windmolencoöperaties) maar Eneco geeft het niet op want het scheelt zo'n 10-12 cent aan energiebelasting en BTW per kWh.

"De fiscus hoeft alleen maar de vrijstelling te erkennen", zegt directeur Bierman in het gesprek Een forse subsidie dus (want minder belasting betalen is natuurlijk ook een vorm van subsidie) maar men is graag bereid om afstand te doen van de (veel lagere) SDE-subsidie. Hoe hoger de energieprijs hoe lager de SDE en hoe groter het relatieve belastingvoordeel van "eigenlevering".

Tegenwoordig moet en is alles "slim" maar bovenstaande illustreert maar weer eens dat het toch weer heel vaak gaat om nog wat sneller aan meer geld te komen. Maar zeker voor windenergie zou toch vooral voorop moeten staan om systemen te bedenken die er voor zorgen dat het steeds wat goedkoper wordt in plaats van duurder. Met "eigenlevering via het openbare net" krijgen we de leuze "windmolens draaien op subsidie" nooit uit de wereld.

Zie het artikel en interview in P +

15% duurzame stroom voor drie tientjes
11-04-2010Bron:

In Duitsland bedraagt de toeslag ("E.E.G. Umlage") op de energierekening in 2009 1,1 cent per kWh (ca. 30 Euro per jaar per gezin) waarmee de "meerkosten" van ruim 15% duurzame stroom gefinancierd kan worden. zie o.a. BWE: EEG-Umlage.

Uit diverse onderzoeken is gebleken dat dit feed-in systeem het beste werkt: omvangrijke resultaten tegen de laagste prijs. In Nederland wordt nu ruim 7 % duurzame stroom geproduceerd. Volgens het Kabinetsplan voor 20% duurzame energie moet dat in 2020 35% worden.

Dat kan alleen met erg veel windturbines, waarbij (dure) offshore turbines waarschijnlijk het meeste werk zullen moeten doen omdat het op landlocaties door beroerd draagvlak en een slecht subsidiesysteem voor geen meter loopt.

Duurzame energie heffing (EEG- Umlage) in Duitsland.




Diverse links naar teksten over SDE heffing bij Energieraad.

Beperken windsubsidies de CO2-uitstoot?
07-04-2010Bron:

Het Duitse onderzoeksinstituut RWI plaatste onlangs vraagtekens bij de zogenoemde CO2-effectiviteit van miljardensubsidies voor wind en zon. Z 24 vroeg anderen naar de juistheid van de conclusies van RWI. Helaas is de info en links bij De Energieraad hierover verdwenen.

Wel veel meer hierover bij "WSH-Windenergie op de korrel". (onderzoek CEPOS, PVV-Kamervragen, EZ-antwoorden, Groene Rekenkamer)

Groen Links Groningen wil vergoeding
25-07-2009Bron:

De Statenfractie in de provincie Groningen van Groen Links wil dat omwonenden van windparken een vergoeding krijgen ter compensatie van hinder. In mei had de PvdA al gepleit voor een lagere stroomprijs voor omwonenden.

Beluister het item op RTV-Noord.
Binnenlands Bestuur, 26-5-2009

Brandenburg wil turbines 1 km van woning
17-06-2009Bron:

De aan te houden afstand van windturbines tot "hindergevoelige bestemmingen", zoals woningen, is overal maar vooral in dicht bevolkte gebieden een lastig item. De normstelling is vooral voor geluid gecompliceerd en sluit hinder niet uit en ook niet dat men de molens op geen enkel moment zal kunnen horen.

De beleving is nog subjectiever. Steeds vaker worden nu voorstellen gedaan om, los van de wettelijke voorschriften en/of aanvullend, bepaalde minimum afstanden te gaan hanteren welke wat meer zekerheid geven.

In Nederland wordt momenteel gesleuteld aan nieuwe regelgeving voor geluid maar tegenstanders nemen daar al bij voorbaat geen genoegen mee. Volgens hen (Nationaal Kritisch Platform Windenergie, NKPW) wijst praktijkonderzoek (o.a. Rijksuniversiteit Groningen) er op dat pas op meer dan 1.500 meter voldoende problemen worden voorkomen.

De deelstaat Ontario heeft een voorstel gelanceerd om minimaal 550 meter aan te houden voor 1-5 turbines welke het laagste geluidniveau hebben. Voor 15 turbines zou dat kunnen oplopen tot 1.500 meter. Woordvoerders van de industrie stellen dat daarmee alle windprojecten in zuidelijk Ontario om zeep zouden worden geholpen.

Ook in Duitsland klinkt al enige tijd de roep om grotere afstanden. Deelstaat Brandenburg heeft nu besloten om een minimale afstand van 1.000 meter tot de dichtst bijzijnde turbine van een park aan te bevelen. Dat is aanzienlijk meer dan volgens de normen voor geluid vereist is (afhankelijk van aantal en grootte van turbines veelal tussen de 300 en 600 meter), maar wordt nu wenselijk geacht om het draagvlak voor projecten groter te maken, procedures te vermijden en weerstand voor te zijn.

Een burgerinitiatief in Brandenburg had onlangs 27.000 handtekeningen verzameld tegen de verdere uitbouw van het windvermogen en eiste een minimale afstand van 1.500 meter. Volgens het deelstaatministerie zou dan echter nog maar 0,5% van het landoppervlak beschikbaar blijven. Om het duurzame energiedoel van de deelstaat te halen (20% duurzame energie in 2020) is echter 2% oppervlak voor windenergie nodig.

De deelstaat heeft overigens geen wettelijke bevoegdheden voor deze regelgeving maar adviseert de 1.000 meter nu nog eens met klem aan de regionale overheden bij de vaststelling van de "Deelplannen Wind". Door een flink aantal wordt de norm overigens nu al gehanteerd. De deelstaatvoorzitter van de landelijke branchevereniging Bundesverband Windenergie (BWE) meldt dat 800 meter ook al een werkbare afstand zou zijn.

Daarbij ontstaat volgens hem nog maar de helft van de geluidbelasting welke wettelijk is toegestaan, ook bij meerdere turbines. Brandenburg heeft na Nedersaksen het grootste opgestelde windvermogen (3.767 MW) waarmee nu 30% van het stroomverbruik wordt gedekt.
(Neue Energie, juni 2009)

Essent opent goudmijn bij Eemshaven
14-05-2009Bron:

Vergeleken met het dijkenplan in de Noordoostpolder (450 MW) is het windpark Eemshaven met 264 MW rond Eemshaven en in de Emmapolder nog niets maar naar Nederlandse maatstaven moet het toch gigantisch worden genoemd. Het op een na grootste windpark bij Delfzijl telt "slechts" 75 MW en nummer drie, bij Lelystad, ligt ver achter met 46 MW.

De cluster telt 21 stuks Vestas V 90/3.000 en 67 stuks Enercon E 82/3.000. Ze staan allemaal op 100 meter ashoogte en leveren per stik 9-10 miljoen kWh per jaar. Er zijn totaal 24 eigenaren. Electrabel heeft negen turbines, een bedrijf uit Bierum heeft er drie en de 21 stuks Vestas zijn van windpark "Growind" een samenwerkingsverband van 21 verschillende particuliere eigenaren.

Essent is veruit de grootste eigenaar met 52 turbines en noemt haar windpark "Westereems". Vandaag werd Westereems geopend door minister van der Hoeven. Op de persfoto wordt zij breeduit lachend in het zonnetje gezet met de hand aan de rode openingsknop en wat molens op de achtergrond.

Dat heeft zij wel verdiend want zij is als minister verantwoordelijk voor het schuiven van een gigantische bak subsidiegeld naar het energiebedrijf. Het meeste daarvan, zo niet alles, is echter overbodig. De Eemshavenparken kregen als een van de laatste in 2006 de zogenaamde MEP-subsidie toegewezen.

Het subsidiebedrag (7,7 of 6,5 cent/per kWh, het exacte toekenningstijdstip is ons niet bekend) was gebaseerd op een energieprijs van ruim 2 cent. Omdat de subsidiehoogte afhangt van het geïnstalleerde vermogen van de turbines (de subsidieduur is 20.000 "vollasturen") zijn de Enercon turbines, die normaal 2 MW meten, speciaal voor dit project en voor het Nederlandse subsidiesysteem uitgerust met een generator van 3 MW.

Daartoe moest op de gondel wel een extra waterkoeling worden geplaatst. De turbine wordt verder niet verkocht. De looptijd van de vaste kWh-subsidie bedraagt nu zes jaar, hoeveel de grijze stroom ook opbrengt. Dat was vorig jaar 6-8 cent. Dit jaar wordt het wat minder maar, zoals de verwachting is, als de olieprijs over 1-3 jaar richting de 200 Dollar gaat, mogen overwinsten van minstens 5 maar misschien wel 6-8 cent per kWh worden verwacht.

Voor 52 turbines wordt dat bij 4 cent overwinst al een totaal van minimaal 20 miljoen teveel betaalde subsidies per jaar. Over zes jaar loopt dat dus op naar 120 miljoen, maar meer dan 200 miljoen lijkt waarschijnlijker. Vorig jaar februari was er in de Tweede Kamer een debat over de besteding van deze superwinsten uit de MEP (zie MEP-winsten naar SDE ?).

Die werden door Diederik Samsom (PvdA) alleen al voor de energiebedrijven geschat op meer dan 1 miljard euro. Nooit meer wat van gehoord. De MEP werd in augustus 2006 hals over kop stop gezet en van de weeromstuit zijn de subsidies in het huidige systeem (SDE), in ieder geval op de wat minder windrijke locaties, veel te laag geworden. De regeling wordt geboycot in afwachting van de resultaten van de lobby voor hogere tarieven.

Laten we hopen dat Essent alsnog over de brug komt en de volgende projecten zonder subsidie bouwt. Op de locatie Eemshaven kan dat vanwege het windaanbod al en dus kunnen de overwinsten uit de MEP besteedt worden aan de minder windrijke locaties waar het met de SDE niet uitkan. En verder mogen we hopen dat Essent nu die oude turbines tussen de nieuwe eindelijk eens weghaalt. Het is nog steeds geen gezicht en het plaatje wordt nu te pas en te onpas door tegenstanders misbruikt om te laten zien hoe lelijk een windpark is.

Windpark Westereems

Gemeente vordert alsnog 120.000 Euro
22-04-2009Bron:

De plaatselijke actiegroep tegen het windpark Rijnwoude heeft misschien toch een succesje behaald. Het park kon niet worden tegengehouden maar na onderzoek maakten ze, naar nu blijkt, met succes bezwaar tegen het in hun ogen veel te lage bedrag voor de bouwleges. Ontwikkelaar Prodeon zou, op advies van leverancier Vestas, veel te lage bouwkosten hebben opgegeven.

Een uitspraak van de Belastingkamer van het Gerechtshof in Amsterdam bepaalde in 2003 dat wat in de molen zit (generator, tandwielkast e.d.) bij die kosten wel degelijk meetelt. Zonder deze apparatuur is het geen functionerende molen. De Rijnwoudse windmolenkwestie staat landelijk in de belangstelling, omdat mogelijk veel meer gemeenten te lage bouwleges ontvingen door onjuiste opgaven van de bouwkosten voor windmolens.

De gemeenteraad en het college van Rijnwoude vermoeden dat Prodeon dat bewust heeft gedaan. Zij baseren zich op conclusies van bureau IGG dat een herberekening maakte van de bouwkosten voor de vier windmolens. Die bleken geen 6,1 maar 11 miljoen euro te hebben gekost. Het gaat om vier stuks Vestas V 90 van 3 MW elk. De gemeente Rijnwoude heeft nu besloten tot een navordering van 120.000 Euro.

In Binnenlands Bestuur van 22 april zegt Bert van der Sluis van Prodeon verbaasd te zijn over de navordering die Rijnwoude gaat aankondigen."Het college heeft vorige maand nog expliciet gezegd dat in alle onderzoeken de afgelopen drie jaar geen nieuwe feiten boven tafel zijn gekomen en dat wij te goeder trouw hebben gehandeld. Er is dus geen grondslag voor die naheffing. Dat ze deze procedure nu toch inzetten, getuigt van onbehoorlijk bestuur." Meer hierover in Binnenlands Bestuur, 22-4-2009.

Ook in de gemeente Moerdijk speelt de kwestie. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseerde 16 juni 2009 haar leden bij de raming van de bouwkosten ook de elektrotechnische installaties in de turbine mee te laten tellen bij de kosten waarover bouwleges betaald moeten worden, zie advies VNG.

Wind op land spotgoedkoop
20-04-2009Bron:

De elektriciteitsprijs was in 2008 gemiddeld vrij hoog. Windturbines met SDE-subsidie 2008 hadden aan de kust daardoor maar 1,7 cent subsidie per kWh nodig. Het definitieve correctiebedrag (electriciteitspriijs) 2008 voor SDE-projecten wind op land is vastgesteld op 7,8 cent per kWh. Zie: SenterNovem-correctiebedragen 2008.

Vooral de zeer hoge olieprijs, die in de herfst opliep tot bijna 150 Dollar per vat, dreef de prijs op. Vakblad Windpower Monthly becijferde dat op dat moment windenergie veruit de goedkoopste optie was. De kostprijs van windstroom (omgerekend naar het "basisbedrag" bij 1.760 "vollasturen") is 11 cent per kWh voor de looptijd van 15 jaar van projecten welke in 2008 een SDE-beschikking kregen.

De subsidie vult het correctiebedrag (de elektriciteitsprijs) aan tot het basisbedrag.
Projecten krijgen een subsidiebedrag van: 1.760 * (11,0-7,8) * projectvermogen in kW" uitbetaald. Een turbine van bijvoorbeeld 3 MW (3.000 kW) ontvangt dus in 2008, ongeacht de locatie: 1.760 * 0,032 * 3.000 = € 168.960,-.

Omgerekend over alle kWh-en van een project resulteert dat op een kustlocatie (Harlingen, Maasvlakte) met een productie van 10 miljoen kWh (3.333 "vollasturen" voor een turbine van 3 MW) in een gemiddelde subsidie van 1,7 cent per kWh. Op een locatie met een half zo laag windaanbod van 5.280.000 kWh (1.760 vollasturen, Drachten, Tiel, Roozendaal) is dat gemiddeld 3,1 cent per kWh.
Zie Rekenbladen SDE-2008-2009-WSH. (wijziging 21 juni 2009)

(Overigens geldt bovenstaande voor een theoretische turbine die het hele jaar in bedrijf zou zijn geweest. In feite was er vorig jaar nog geen enkele SDE-gesteunde turbine het hele jaar in bedrijf).

Extra voordelen
De externe maatschappelijke voordelen van windenergie, welke niet in de prijs tot uitdrukking komen, zoals vermeden milieuvervuiling en CO2-uitstoot e.d. worden door diverse instanties op 1-2 cent per kWh berekend (besparing op gas).

Daarnaast is er nog het prijsdrukkend effect van windenergie op de spotmarkten. Wind bespaart namelijk vooral op de dure pieklast. Hoe hoger het windaanbod en hoe hoger het opgestelde windvermogen, hoe lager de elektriciteitsprijs, zo is uit onderzoek gebleken in Duitsland, Denemarken en Spanje. Alleen al deze prijsvoordelen zijn groter dan de benodigde subsidie, enige centen per kWh. (Zie berichten elders op deze pagina).

En dan is er nog het voordeel van de prijszekerheid van wind (de opwekkosten zijn bekend voor de levensduur van het project, van 15-20 jaar) ten opzichte van de variabele prijzen van gas en olie. We weten voor volgende week al niet meer wat de olie dan doet. Top-econoom Shimon Awerbuch berekende dat die prijs-onzekerheid van fossiel alleen al op 3-4 cent per kWh gesteld kan worden ! (zie o.a. interview in Vestas Global Magazine).

De goede man is in 2007 helaas met zijn gezin om het leven gekomen bij een vliegtuigongeluk. Er zijn al een aantal landen waar wind op land, dank zij een hoog windaanbod, zonder een cent subsidie floreert, zoals Nieuw Zeeland, Australië, Aruba en Turkije, ook zonder rekening te houden met externe voordelen voor de maatschappij.

In Frankrijk gemiddeld 1,6 cent "subsidie" per kWh in 2008.
De benodigde "subsidie" in 2008 in Nederland ligt op eenzelfde niveau als bijvoorbeeld in Frankrijk. Het milieuministerie deelde mee dat in 2008 5,6 miljard kWh windstroom werd geleverd. Het gemiddelde feed-in tarief dat daarvoor werd uitbetaald bedroeg 8,5 Eurocent per kWh terwijl de marktprijs gemiddeld 6,9 Eurocent/kWh was.

Dus een gemiddelde subsidie van 1,6 cent per kWh. De extra kosten van de windstroom voor de Franse consument bedragen 1,5 Euro per jaar per gezin, zo zei de directeur Jean-Louis Bal van ADEME (milieuagentschap van het Franse milieuministerie) op de Europese windenergie conferentie van 16-19 maart in Marseille.

Frankrijk weer verder met 8,61 cent/kWh
27-01-2009Bron: Windpower Monthly

Vorig jaar augustus werd het Franse feed-in tarief voor windenergie door het hoogste gerechtshof buitenwerking gesteld nadat "tegenstanders" bezwaar hadden gemaakt tegen te hoge vergoedingen, wat werd bevestigd door het adviesorgaan CRE. Vooral op windrijke locaties en offshore in ondiep water zou het tarief lager moeten.

Voor offshore werd een tendersysteem geadviseerd in plaats van vaste tarieven. Energieminister Borloo heeft de regelgeving op 29 december opnieuw ingevoerd. Alle windprojecten ontvangen de eerste tien jaar een kWh-vergoeding van 8,61 Eurocent per kWh.

In de vijf jaar daarna hangt het tarief af van het windregime ter plaatse. Bij minder dan 2.400 "vollasturen" loopt het tarief van 8,61 cent nog vijf jaar door en bij 3.600 "vollasturen" of meer daalt het tot 2,8 cent/kWh. Voor offshore geldt 13 cent voor de eerste 10 jaar.

Windparken 15% duurder in 2008
26-01-2009Bron:

Als we de kosten van vervuiling meetellen is windenergie op land, na waterkracht, al veruit de goedkoopste stroombron. Maar die vermeden maatschappelijke kosten en bijvoorbeeld de macro-economische voordelen van een vaste en voorspelbare kWh-prijs gedurende de 15-20 jarige levensduur van een windpark *, komen niet tot uitdrukking in de marktprijs van windstroom.

Daarom heeft windenergie meestal nog steun nodig. Slechts in een paar windrijke landen zoals Nieuw Zeeland, in Turkije en op Aruba kan het zonder. Maar dat duurt niet lang meer. In 2008 was windenergie zelfs zonder subsidie al enige tijd de goedkoopste optie. Een maal per jaar wordt de stand van de strijd tussen fossiel, atoom en wind opgemaakt door de economieredactie van het tijdschrift Windpower Monthly **.

Bij de vergelijking van de opties kolen, gas, atoom en wind wordt steeds uitgegaan van 8% rente op geïnvesteerd kapitaal en CO2-rechten van 30 Euro per ton. Er is geen rekening gehouden met kosten voor reservecapaciteit (netbalancering). ***

Wind op land

Voor de bepaling van de opwekkosten per kWh in 2008 werd 3.600 MW aan gerealiseerde windparken over de hele wereld geïnventariseerd. De turbinekosten liepen in 2008 geleidelijk op door hogere prijzen van energie en grondstoffen en een aanhoudend hoge vraag. Gemiddels werd 1.100 Euro per kW betaald. De totale projectkosten bedroegen gemiddeld 1.502 Euro per kW, 15% meer dan in 2007. Door dalende vraag en dalende energie- en grondstofprijzen lijkt het redelijk te verwachten dat de prijzen weer zullen dalen. (ECN rekent voor de SDE-2009 met 1.325 Euro per kW). De kWh-prijs varieert bij projectkosten van 1.300 Euro per kW van maximaal 10,5 Eurocent per kWh bij een jaargemiddelde windsnelheid op ashoogte van 6 m/s tot 4,5 Eurocent per kWh bij 10 m/s. Bij 1.700,- Euro per kW liggen die kosten 1 cent per kWh hoger. 2% daling of stijging van de rente scheelt ook 1 cent per kWh.

Offshore

Voor offshore zijn nog maar weinig praktijkgegevens bekend, maar de indicaties wijzen op 3.000,- - 4.000 Euro per kW voor een volledig geïnstalleerd park, inclusief aansluiting. De kWh-prijs varieert bij 3.000 per kW van 10 cent bij 10 m/s tot 14,5 cent bij 7,8 m/s. Offshore is in nagenoeg alle situaties (veruit) de duurste. Alleen de duurste variant van kolenstroom kan door ofshore geklopt worden op windrijke locaties met meer dan 9,5 m/s.

Atoom
De kosten voor atoomstroom zijn ook vrij onduidelijk omdat afgegaan moet worden op opgaven van de industrie. In de praktijk blijken de kosten tijdens de zeer lange bouwtijd steeds weer op te lopen. Windpower zet atoom echter neer als goedkoopste bron omdat er nauwelijks CO2 bij vrijkomt en noteert een range in de prijs van 4,5 - 8,5 Eurocent per kWh. Bij 6,5 m/s of meer kan wind bij 1.300 Euro per kW goedkoper dan de duurste atoomstroom leveren. Maar de prijs van de goedkoopste atoomstroom (4,5) is voor wind nog bij geen enkele windsnelheid haalbaar.

Gas en kolen
Met gas geproduceerde stroom (4,5 - 9 cent/kWh) is even duur of iets duurder dan atoomstroom en kolen is sinds kort duurder dan gas, vooral door de hoge kosten voor CO2 -uitstoot. Windenergie op land is nu altijd goedkoper dan kolenstroom in haar duurste variant (12 cent/kWh) en wind is bij 1.300 Euro per kW al vanaf 6,8 m/s goedkoper dan kolenstroom in de goedkoopste versie. Pricewaterhouse Coopers kwam onlangs tot vergelijkbare conclusies, zie hieronder bij PWC.

Wind wint
In de herfst van 2008 waren de prijzen voor fossiele stroom door de stijgende olieprijs zover gestegen dat windenergie goedkoper werd dan opgewekt met kolen en gas. Maar de financiële en economische crises maakte daar een eind aan. Er zijn weinig mensen die er aan twijfelen dat die gunstige positie voor wind zeer binnenkort weer zal aanbreken. Er is overigens ook een aspect in de crises dat relatief gunstig is voor windenergie. De tendens naar een lager renteniveau heeft voor windenergie (en atoom) door het kapitaalintensieve karakter veel gunstiger effecten dan voor fossiele energietechnieken.

Windpower Monthly berekende dat bij een rentedaling van 2% de opwekkosten voor wind met 12 % dalen en voor kolencentrales met maar 5%. Peak-oil vond volgens vele deskundigen plaats in 2008. Dat betekent dus dat zodra het economische klimaat weer aantrekt, de olieprijs tot ongekende hoogte zal oplopen omdat het aanbod de vraag niet meer kan volgen. Het I.E.A voorspelt 100 Dollar per vat in 2010 met aanhoudend stijgende tendens daarna. Geen wonder dat menig energiebedrijf en investeerder wind nog steeds als de beste optie ziet. *

Het risico van fluctuerende en onvoorspelbare brandstofkosten, zoals bij kolen en gas gestookte centrales is in 2003, dus voor de huidige crises met nog sterker fluctuerende prijzen, berekend door de begin 2007 overleden econoom Shimon Awerbuch van de Sussex Universiteit. Hij kwam op extra kosten van 1 cent per kWh voor een gasgestookte centrale.

Voor windenergie begrootte hij de voordelen van een vaste kWh-prijs op 25% van de investeringskosten. ** Auteur David Millborrow : "De media schrijven over de kosten van de groene energierevolutie maar zij zouden moeten berichten over de besparingen die dat oplevert". *** Reservecapaciteit voor netbalancering van windvermogen speelt pas bij veel meer dan het huidige aandeel in het vermogen een rol.

Bij een aandeel van 40% wind zouden volgens de Britse nethbeheerder de balanceringskosten de windkosten 6% hoger maken. Voor elke nieuwe kerncentrale van 1.800 MW wordt geschat dat er jaarlijks 150 miljoen Pond aan reservecapaciteit moet worden besteed. (gegevens uit Windpower Monthly, janari 2009)

Pagina:   1   |   2   |   3      »      

disclaimer   |   Design by Lissenberg G&D