Onderzoeksopzet windturbines regio Haaglanden definitief

| 12 mei 2016

Gedeputeerde Staten (GS) van Zuid-Holland hebben de definitieve onderzoeksopzet vastgesteld voor het milieueffectonderzoek (PlanMER) naar alternatieve locaties voor windenergie in de voormalige stadsregio Rotterdam en regio Haaglanden. Sinds november 2015 konden belanghebbenden hun zienswijzen indienen over de onderzoeksopzet.

 Voor de regio Haaglanden hadden de zienswijzen betrekking op de zoekgebieden in de gemeenten Westland (ABC Westland), Pijnacker-Nootdorp (Balij) en Delft (Technopolis).De locatie ABC Westland is afgevallen voor onderzoek omdat de initiatiefnemer en tevens grondeigenaar zich heeft teruggetrokken. Eventuele realisatie van windturbines op de locatie werd daardoor kansloos.

Twee onderzoekslocaties

De onderzoekslocatie Balij ligt op grondgebied van de gemeente Pijnacker-Nootdorp langs de A12 tussen Nootdorp en Zoetermeer. In het milieueffectonderzoek wordt specifiek aandacht gegeven aan een kwalitatieve beschrijving van de leefomgeving, en de gevolgen van mogelijke stapeling van geluid van windturbines en bijvoorbeeld wegverkeer. Daarnaast worden de effecten op kwetsbare flora en fauna onderzocht en de eventuele routes van trekvogels worden in kaart gebracht.

Voor de locatie De Balij is de provincie inmiddels een klankbordgroep aan het oprichten waarin betrokken bewoners, ondernemers, actiegroepen, natuur- en milieuorganisaties, coöperaties en gemeenten zitting hebben. Zij worden geïnformeerd en betrokken bij de voortgang van het onderzoek. De onderzoekslocatie Technopolis ligt op bedrijventerrein Technopolis in de gemeente Delft langs de A13. In het milieueffectonderzoek wordt specifiek voor deze locatie aandacht geschonken aan effecten van mogelijke trillingen op de metingen die het nabijgelegen meetinstituut VSL verricht.

Onderzoek

Gedeputeerde Staten hebben de landelijke Commissie voor de m.e.r. om advies gevraagd. De commissie adviseert om in het komende MER een samenhangende milieubeoordeling van de locaties op te nemen, zodat voor- en nadelen van combinaties van locaties tijdig in beeld zijn. GS neemt het advies van de commissie volledig over. GS hebben verder besloten op een groot aantal onderdelen het onderzoek naar omgevingseffecten van windturbines op de locaties uit te breiden.

Zo komt er aandacht voor slagschaduw op kantoren, voor geluid op recreatiewoningen en in recreatiegebieden en voor mogelijke cumulatieve effecten van de verschillende locaties  op natuur (flora en fauna). Ook komen er 3D-visualisaties om de samenhang tussen locaties ende mogelijke impact hiervan in beeld te brengen.

 

Vervolg

De PlanMER geeft belangrijke informatie over de  omgevingseffecten van windturbines op de verschillende potentiële windlocaties en daarmee over de geschiktheid van locaties. Rond de zomer moet het onderzoek klaar zijn. Daarna doen GS een voorstel welke locaties vastgelegd gaan worden in de ontwerp-Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM). Op de ontwerp-VRM kunnen opnieuw zienswijzen worden ingediend.

Vervolgens zullen Provinciale Staten besluiten welke locaties uiteindelijk in de VRM kunnen komen. Daarmee maakt de provincie plaatsing van de turbines planologisch mogelijk. Gemeenten dienen dan hun bestemmingsplannen hier op aan te passen zodat initiatiefnemers verder aan de slag kunnen met de planontwikkeling voor realisatie.

 

Meer informatie: www.zuid-holland.nl/locatieswindenergie

onderzoekslocatieswindenergieversie10mei2016

Tags: , , , , , , , , , , ,

Category: Wereldwijd

Comments Closed

Reacties zijn gesloten.