Meewind: ‘Nederlandse tendersysteem leidt niet tot innovatie’

| 8 december 2015

Binnenkort start de bouw van Nobelwind, het derde windpark voor de Belgische kust dat mede mogelijk is gemaakt door Meewind. Een Nederlands beleggingsfonds dat investeert in Belgische offshore windparken. Logisch? “Ja”, stelt Meewind-bestuurder Willem Smelik. “Het Belgische systeem is, in tegenstelling tot het Nederlandse tendersysteem, interessant voor ervaren en innovatieve ontwikkelaars.”

Op 23 oktober jl. werd financial close bereikt voor Nobelwind. Duurzaam beleggingsfonds Meewind heeft een aandeel van 19,9% in dit offshore windpark van 165 MW, dat 45 kilometer buiten de kust van Oostende wordt gebouwd. Het ervaren team dat de ontwikkeling en bouw van Nobelwind op zich neemt, heeft eerder al met succes de offshore windparken Belwind (in 2010) en Northwind (2014) gerealiseerd.

Individuele contracten
De werkwijze bij Nobelwind is op een aantal fronten gunstiger, zo meldt Meewind-bestuurder Willem Smelik. “Bij eerdere windparken sloten we als ontwikkelaar twee EPC-contracten af: één met de hoofdaannemer en één met de turbineleverancier. Nu hebben we alle contracten voor de verschillende componenten, voordat deze zijn ondergebracht in een mantelcontract, apart afgesloten; voor het fundament, de turbines, de elektrische installaties en schepen en ga zo maar door. Daardoor ontstaat er meer concurrentie onder leveranciers. Bovendien heb je als ontwikkelaar zelf de regie, waarbij je de afzonderlijke contracten strakker kunt uitonderhandelen.”

Dat kan volgens Smelik alleen als je als ontwikkelaar beschikt over voldoende knowhow, ervaring en internationale contacten. “Dat is bij Nobelwind het geval, met onze medeaandeelhouders Parkwind en Sumitomo. Het Belgische Parkwind is een van de meest ervaren partijen op het gebied van de ontwikkeling, bouw en exploitatie van offshore windparken. Het Japanse Sumitomo is een wereldwijd toonaangevend industrieel conglomeraat met veel internationale contacten. Zo hebben we via hen bijvoorbeeld het contract afgesloten voor de monopiles, die worden geproduceerd in Vietnam. Uiteraard voldoen deze – en dat geldt voor alle onderdelen – aan de hoge kwaliteitseisen.”

Financiers in de rij
Voor het project is circa 655 miljoen euro bijeengebracht door investeerders en financiële instellingen. “Er was een breed draagvlak bij de banken om dit project te financieren, meer dan bij onze vorige parken”, stelt Smelik. “Ook op dit vlak kwam dat onze onderhandelingspositie ten goede. We zijn de onderhandelingen gestart met tien commerciële banken, waarbij we uiteindelijk met vier partijen in zee zijn gegaan: BNP Paribas Fortis, Rabobank, Sumitomo Mitsui Banking Corporation en Mizuho Bank.” Daarnaast hebben ook de Europese Investeringsbank (EIB) en de exportkredietverzekeraars van Denemarken (EFK) en Noorwegen (GIEK) bijgedragen aan de financiering.

Technische vooruitgang
Het project Nobelwind profiteert tevens van de technische vooruitgang in de offshore markt. Smelik: “Neem bijvoorbeeld de constructie van de turbinefundering. Hiervoor zijn tegenwoordig berekeningen mogelijk, op basis van de combinatie van wind, golfslag, stroming en het gewicht van de turbine. Dit voortschrijdend inzicht leidt tot lichtere constructies, waarbij je flink kunt besparen op het staal van je constructie.”

De technische vooruitgang op het gebied van windturbines komt het project eveneens ten goede. Bij Nobelwind worden vijftig Vestas V112 geplaatst, met een capaciteit van 3,3 MW per stuk. “Deze turbines leveren 10% meer windrendement dan de vorige generatie turbines”, aldus Smelik. “We hebben bij de aanbesteding gekeken naar acht verschillende types turbine, van diverse leveranciers. De Vestas V112 bleek de meest efficiënte turbine, die zeer geschikt is voor de omstandigheden op de Noordzee.”

Nederlands systeem op de schop
Deze uitgebreide ontwikkelingsfase, die heeft geleid tot een succesvolle financial close in oktober, is mogelijk binnen het Belgische systeem. “Al in 2007 heeft de Belgische overheid de concessie uitgegeven voor twee windparken op de Bligh Bank: Belwind en Nobelwind. Na het faillissement van de aanvankelijke ontwikkelaar Econcern hebben wij in 2009 de concessie overgenomen, samen met onze partners. Een jaar later hadden we Belwind gerealiseerd en dit voorjaar starten we met de bouw van Nobelwind.”

Smelik vervolgt: “Al onze kennis, ervaring en contacten kwamen de afgelopen maanden van pas bij het volledig uitonderhandelen van de contracten vóór financial close. Dit staat in schril contrast met de tenderbenadering in Nederland, waarbij de deal gaat naar de partij die het windpark voor de laagste prijs wil ontwikkelen. En krijg je de deal, dan ben je ook verplicht het park te bouwen. Wat wij bij Nobelwind hebben gedaan – eerst gedetailleerd uitonderhandelen en dán pas een bouwbeslissing nemen – is in het Nederlandse systeem niet mogelijk.”

Willen we in Nederland écht een goed fundament voor offshore wind creëren, dan zal volgens Smelik het tendersysteem op de schop moeten. “Het huidige systeem zal nooit tot innovatie leiden, omdat bij de tender alleen wordt gekeken naar de prijs en niet naar ervaren partijen die vernieuwingen willen doorvoeren.”

Burgerparticipatie
Smelik: “Wat ik ook kwalijk – of op z’n minst merkwaardig – vind, is dat bij de Nederlandse tenders burgerparticipatie geen criterium is. Terwijl sinds 2006 alle achtereenvolgende regeringen roepen: burgerparticipatie is essentieel voor de transitie naar duurzame energie. Dat is ook de reden dat we in 2007 een duurzaam beleggingsfonds hebben opgericht, waarbij het draait om burgerparticipatie. Meewind heeft inmiddels ruim 6500 participanten, die ook graag zouden bijdragen aan de totstandkoming van offshore windparken in Nederland.”

Persbericht: Meewind

 

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , ,

Category: Wereldwijd

Comments Closed

Reacties zijn gesloten.